zaterdag 25 maart 2017

Binair

.
 

Binair  

We kennen cijfers
van nul tot en met negen
toch beperkt men liefst iedereen
tot enkel denken in 0 en 1. 
 

© bert deben
A27, NL, zondag 19 maart 2017.
Binary girl by Hector Acevedo
 
 

maandag 20 maart 2017

In haar naam - 1ste prijs voor de 21e Willem Wilmink Dichtwedstrijd



In haar naam  
.
Ze antwoordt niet, ze zit, ze staart
ze weet niet wie we zijn of wie ze is
in haar ontbreekt elke verbintenis
er wordt haar niets geopenbaard  

toch lijkt ze soms iets te verwachten
ze kijkt dan angstig om zich heen
en zoekt, ze kijkt naar iedereen
maar niets, hoe zeer we het ook trachten  

dringt tot haar door, al lijkt het of
ze af en toe, heel onverwacht
weer iets herkent, soms even lacht
al is het dan een beetje dof  

een stem zegt dat ik plaats mag nemen
het formulier ligt klaar voor mij  

de meest geschikte plaats zegt hij
ze gaan er goed om met problemen
hebben geduld en zijn bekwaam
op dit gebied het beste wat bestaat  

toch voelt het aan alsof ik haar verraad
als ik hier toestem in haar naam. 
 

© bert deben
Januari 2017 voor de Willem Wilmink dichtwedstrijd 2017
waarin de zin ‘een stem zegt dat ik plaats mag nemen’ moest voorkomen.


Zondag 19 maart 2017 mocht ik de 1ste prijs in ontvangst nemen voor mijn gedicht 'In haar naam' voor de Willem Wilmink dichtwedstrijd van de Bibliotheek in Almelo.
 
 
De voorstelling startte met een fraai gevuld programma met voordrachten van Anne Broeksma, Wobke Wilmink, Jean Pierre Rawie, Patty Scholten, Jan Boerstal, Ivo de Wys, Jan J. Pieterse en Gerard Haverkort en een luchtig optreden van de a capella groep Sansan.  Na de pauze volgde de juryverklaring en de bekendmaking + voordracht van de 10 prijswinnaars met telkens een juryrapport rond hun gedicht. De 2de prijs ging naar Nelleke Lamme-den Boer, de 3de prijs naar Leo van der Laan. De winnende gedichten kan men lezen op: bibliotheekalmelo.winnaars dichtwedstrijd

De Bibliotheek Almelo organiseerde, samen met De Twentsche Courant Tubantia, reeds voor de 21e keer de Willem Wilmink dichtwedstrijd. De opdracht van de dichtwedstrijd is telkens om een gedicht te schrijven waarin een op voorhand opgegeven dichtregel moet voorkomen – deze wordt elk jaar bedacht door een andere gastdichter. Dit jaar was dit Anne Broeksma en zij bedacht de zin: ‘een stem zegt dat ik plaats mag nemen’ – de zin moest letterlijk en ongewijzigd in het gedicht voorkomen. 

uit het juryrapport: 'Het gedicht is een fijnzinnige observatie van een actueel onderwerp, dementie. De dichter beschrijft een ethisch dilemma. Het innerlijk conflict waarin hij verkeert, is op overtuigende wijze vormgegeven en is met name in de slotregels mooi en helder verwoord.  Het strakke rijmschema wordt verzacht door enjambementen, zinsdelen die syntactisch bij elkaar horen, zijn door een oversprong van elkaar gescheiden. Het eindrijm is consequent doorgevoerd, zonder storende dwang. Dit geeft het gedicht zowel spanning als iets vloeiends en stromends. De verplicht dichtregel is er als vanzelfsprekend ingebed.'

op onderstaande link van AA visie kan men het juryrapport, de voordracht en de uitreiking beluisteren: AAvisie-Belgische-winnaar+Willem+Wilmink 
 
 

vrijdag 17 maart 2017

Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb ... Phil Van Cauwenbergh / Louis Neefs

.
.
Wat een leven

Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb
dan begin ik er beslist eens aan.
Aan ik weet niet wat,
maar je zult zien dat
iedereen ervan verstomd zal staan.

Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb,
morgen of een andere dag misschien,
dan doe ik eens echt,
iets waarvan je zegt,
nee, dat hebben we nog nooit gezien.

Maar ik heb de hele dag
al zoveel te doen;
eten, drinken, slapen, zoals 't hoort.
Hele nachten dromen
en dan moe zijn tot de noen,
en zo voort, en zo voort -
wat een leven.

Maar als ik eens vijf minuten tijd heb,
dan kan je er zeker van op aan,
dat ik op een keer,
maar wie weet wanneer,
mogelijk eens aan de slag zal gaan.



tekst: Phil Van Cauwenbergh
zanger (uitgebracht in 1965): Louis Neefs
muziek: Rocco Granata
latere covers door o.a. Dana Winner, Jo Lemaire en Bent van Looy
foto: BRT programma 'Echo'
.


.

zaterdag 11 maart 2017

Het bos der afwezigen (El bosque de los Ausentes) - غابة الغائبين



 
Het bos der afwezigen (*)  
.
In een kleine olijfboom woont de ziel
van een te jong gestorven vrouw
in de wortels zoekt ze naar vrede
in de takken naar de vlucht uit de chaos
tussen de bladeren vindt ze de rust van de wind  

de wind streelt de kruin en
neemt haar herinnering mee
naar andere tijden  

de stam van de boom zal ouder worden
dan menig land in oorlogsgewoel
en de chaos verglijden
in eeuwige stilte  

als de ziel haar ogen opent
ziet ze de lijken
en hoort ze geschreeuw en gekerm  

op de heuvel
streelt de wind de hoofden 
van wie hier afwezig naar stilte verlangt. 
 

© bert deben

Madrid, Parque del Retiro, zondag 8 september 2013. 

(*) El bosque de los Ausentes is een heuvel in het Parque del Retiro te Madrid, waar 192 olijfbomen en cipressen geplant werden ter nagedachtenis van de 192 slachtoffers van de terroristische bomaanslagen te Madrid op 11 maart 2004.
 
Met dank aan Wiam Alsewadi voor haar vertolking naar het Arabisch: 
 
غابة الغائبين 
.
في شجرة زيتون صغيرة
تعيش تلك الروح
لأمرأةٍ شابةٍ ، فارقت الحياة
في تلك الجذور.. 
يبحثون عن السلام
وفي الفروع.. 
هروب وفوضى
بين الأوراق..
سلامٌ من الرياح

ومداعبات 
للذكرى
تداهمنا
من أوقات ألى أخرى

جذع الشجرة تلك 
يخبرنا بذلك العمر
 وتلك الاضطرابات وقت الحرب
والفوضى 
وذلك  الانزلاق
في الصمت الأبدي
 
كما الروح تفتح عينيها
ترى بنظرة
وتسمع صيحات وآهات
 
على تلةٍ
الرياحُ المُداعباتٌ 
غيابٌ
 يَتوقُ الى الصمت.
 
-----------------
 مدريد..الاحد ٢٠١٣/٩/٨
bert deben ... بيرت ديبن
ترجمة وئام السوادي ..هولندا ٢٠١٦/٣/١٣
Wiam Alsewadi
 

maandag 6 maart 2017

Als je terugkomt wordt het zomer ...

.
 .
Vier uur, ochtend, ik ga slapen
en bevat hoe leeg en broos het is
ik noem jou teder mijn gemis
gruis dat ik wil samenrapen  

mijn vingers tasten in het duister
en dwalen eenzaam door het bed
ze tekenen de leegte nauwgezet
terwijl ik naar ontberen luister  

na al die jaren nog steeds weg
een zwaluw vluchtend voor de kou
en ik, hoe nuchter ook, een dromer
als ik me ’s nachts weer naast jou leg  

ik fluister nog: ik hou van jou,
als je terugkomt wordt het zomer.
 

© bert deben
Antwerpen, zondag 18 december 2005, voor F.
 

 
werd feb 2017 gepubliceerd in Po-e-zine XIV  

dinsdag 28 februari 2017

In een kast tot later


.
in een kast tot later
Haar stemmetje vroeg haar waar naartoe
ze wandelde dezelfde weg als elke dag
ze wist waarheen maar niet waarom 
alleen dat het een cirkel was  

en dat ze, als ze stil stond, zag
dat alles wat veranderd was
hetzelfde was gebleven  

het was de herfst die had verkleurd
wat volgend jaar weer groen zou worden
de winter die haar tijdelijk bevroor 

tot ze opnieuw ontdooide
en aankwam waar ze ooit begon
waarna ze zichzelf voorzichtig samen plooide  

en bewaarde in een kast tot later. 
 

© bert deben
Hengstdijk, maandag 25 januari 2016.

 

zaterdag 25 februari 2017

Voorstelling van 'Als engel, maar met roofdierogen / Je t’adore à l’égal de la voûte nocturne', gedichten van + een ode aan Charles Baudelaire


160 jaar geleden verscheen de spraakmakende bundel ‘Les fleurs du mal’ van Charles Baudelaire (1821-1867). Als ode aan Baudelaire bracht de Nederlandse Stichting Spleen de tweetalige bundel ‘Als engel, maar met roofdierogen / Je t’adore à l’égal de la voûte nocturne’ uit, met gedichten van Baudelaire en reflecties daarop door 40 Nederlandse en Belgische dichters.
 
presentatie + dichter Jos van Hest
 
Edith de Gilde 
 
Jean-Philippe Bottin, voordrachtkunstenaar
 
Lans Stroeve
 
Michaël Vandebril
 
Peter Holvoet-Hanssen
 
Bert Deben (fotograaf: Jan Ter Heide): La plainte d'une perle Noire
Bert Deben en Jos van Hest (fotograaf: Jan Ter Heide)
 
 Peter Verstegen, vertaler / dichter
 
 J.C. Aachenende
 
Erika De Stercke  
 
 Kapel De Grauwzusters, Universiteit Antwerpen  
 
 Kees Godefrooij, dichter en bezieler van de bundel
 
 
 De Heer G. van Doosselaere, Voorzitter Alliance française d'Anvers
 
 Ambassadeur van Frankrijk, Mevrouw Claude-France Arnould
 
Als engel, maar met roofdierogen
Je t'adore à l'égal de voûte nocturne
 
 
Voor latere voorstellingen kan men meer info verkrijgen via het FB-event:
24 februari 2017 Antwerpen, Alliance Française/Universiteit Antwerpen
12 maart Amsterdam, Scheltema
1 april Groningen, Boekhandel Van der Velde
7 april Rotterdam, Bosch en De Jong
24 april Parijs, Sorbonne
13 mei Gent, Poëziecentrum


donderdag 23 februari 2017

De Juwelen / Les Bijoux - Charles Baudelaire + La Plainte d'une Perle noire

      
DE JUWELEN

Mijn lieveling was naakt, en om mijn hart te winnen,
Had ze alleen haar klinkende juwelen aan;
Als in hun blijde jeugd Noord-Afrika’s slavinnen
Was zij door die zo rijke tooi niet te weerstaan.

Haar opschik danst met schel getinkel, lijkt te spotten,
Als zij de wereld van metalen samenbrengt
Met die van edelsteen; ik ben daarop verzot en
’t verrukt me als geluid met lichtglans zich vermengt.

Vanaf haar hoge divan glimlachte ze toen tegen
Mijn liefde, diep gelijk de zee, die langzaamaan
Naar haar, als naar een rotskust, kwam omhooggestegen;
Zo lag ze en zo bood ze mij haar liefde aan.

Met verdroomde air beproefde ze wat poses,
Haar ogen star als een getemde tijgerin,
Nieuwe bekoring kregen haar metamorfoses,
Toen onbevangenheid versmolt met geile zin;

Haar armen en haar benen, lendenen en dijen,
Haar buik, van olie glanzend, welvend als een zwaan,
Mijn helderziende blik mocht zich erin vermeien,
Haar borsten zag ik (ach, als druiventrossen) aan;

Ze lokten me nog meer dan Satans Serafijnen,
De rust verstorend die mijn ziel gevonden had,
Om haar van de kristallen rots te doen verdwijnen
Waarop zij kalm en zelfgenoegzaam nederzat. 

Ik dacht in haar een nieuwe mensvorm te ontdekken,
Antiope van heup, een tors van jongeman,
Zozeer bewees haar leest de schoonheid van haar bekken,
En op haar wild, bruin vel werkte de schmink briljant!

- Toen heeft de olielamp zijn schijnsel later smoren,
Alleen het gloeien van de haard was nog niet uit,
En steeds wanneer het vuur vlammend gesis liet horen,
Bevloeide het bloedrood de amber van haar huid! 


Charles Baudelaire  vertaling Peter Verstegen

n.a.v. het verschijnen van de spraakmakende bundel 'Les fleurs du mal' van Charles Baudelaire, bracht de Nederlandse Stichting Spleen de tweetalige bundel 'Als engel, maar met roofdierogen / je t'adore à l'égal de voûte nocturne' uit, met enerzijds gedichten van Charles Baudelaire, anderzijds reflecties op deze gedichten door andere dichters.
 
meer info rond de bundel en de voorstellingen hier van kan men vinden op:
 
ik kreeg 'De Juwelen' toegewezen als gedicht en ook al is de bundel een ode aan Baudelaire, mijn repliekgedicht werd dat heel wat minder.  Ik kroop in de huid van de Afrikaanse dame uit het gedicht en schreef van uit een feministische reflex een heel wat minder flatterend antwoord aan de schrijver zelf. Voor sommigen misschien wat ruw en vulgair, maar was nu net Baudelaire dat in zijn tijd ook niet ...
 

LA PLAINTE D’UNE PERLE NOIRE 

Ik ben jouw zwarte hoer, jouw beeld van wat 
een vrouw moet zijn, een portie onderdelen 
bekken, borsten, dijen, een lichaam dat 
alleen nog maar gekleed is in juwelen 

en verlangend op en neer schuift rond jouw paal 
je noemt mij duivels en een vat vol lust 
de zwarte bekroning van jouw bacchanaal 
verboden kleur, bezorger van onrust 

maar wat ben jij - een grauw lijf vol abcessen  
een blanke die, ook al is het gestolen 
als alle overheersers hier het geld bezit 
een uitbuiter achter woorden verscholen 

al beschrijf je nog zo mooi de excessen 
ik dans voor een aalmoes op jouw etterend lid. 


Bert Deben












.
LES BIJOUX

La très chère était nue, et, connaissant mon cœur,
Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores,
Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur
Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.

Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur,
Ce monde rayonnant de métal et de pierre
Me ravit en extase, et j’aime à la fureur
Les choses où le son se mêle à la lumière.

Elle était donc couchée et se laissait aimer,
Et du haut du divan elle souriait d’aise
À mon amour profond et doux comme la mer,
Qui vers elle montait comme vers sa falaise.

Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté,
D’un air vague et rêveur elle essayait des poses,
Et la candeur unie à la lubricité
Donnait un charme neuf à ses métamorphoses ;

Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins,
Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne,
Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins ;
Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,

S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal,
Pour troubler le repos où mon âme était mise,
Et pour la déranger du rocher de cristal
Où, calme et solitaire, elle s’était assise.

Je croyais voir unis par un nouveau dessin
Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe,
Tant sa taille faisait ressortir son bassin.
Sur ce teint fauve et brun le fard était superbe !

– Et la lampe s’étant résignée à mourir,
Comme le foyer seul illuminait la chambre,
Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir,
Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre !


Charles Baudelaire
.








Pour ma réponse, je me suis mis dans la peau de la femme dans le poème, une femme consciente, féministe et pas vraiment impressioné par l'écrivain:


LA PLAINTE D’UNE PERLE NOIRE

Je suis ta putain noire, ton image de ce
qu’une femme devrait être, un nombre
de portions : des hanches, une poitrine, des cuisses
un corps habillé seulement de bijoux

qui glisse languissant de haut en bas autour de ta bite
tu m’appelles diabolique, un tonneau plein de luxure
couronnement noir de ta bacchanale
couleur interdite, porteuse d’agitation

et toi, qu’es-tu ? – un corps livide plein d’abcès
un homme blanc qui, comme tous les oppresseurs ici
possède tout l’argent, même s’il est volé,
exploiteur se cachant derrière les mots

tu décris voluptueusement les excès, mais moi je danse
sur ta queue suppurante, pour une simple aumône.


Bert Deben